Terug naar Nieuws en Inzichten
ScaleupsUitleg02-08-2026

Inflatie en obligaties: wat blijft er van uw rendement over?

Nominaal rendement zegt weinig; reëel rendement is wat telt. Wij leggen uit hoe inflatie de koopkracht van een vaste coupon uitholt en welke kenmerken een obligatie inflatiebestendiger maken.

Brood, munten en een barometer op een markttafel

Een coupon van 9% klinkt hoog, maar de relevante vraag is: hoeveel houdt u over ná inflatie? Bij 3% inflatie is het reële rendement ongeveer 6%. Bij 2% spaarrente en dezelfde inflatie is het reële rendement negatief: uw saldo groeit, uw koopkracht krimpt. Dat mechanisme is de belangrijkste reden dat beleggers naar vastrentende alternatieven met een hogere coupon kijken.

Het pijnpunt van obligaties is dat de coupon nominaal vaststaat. Loopt de inflatie tijdens de looptijd op, dan stijgt uw uitkering niet mee. Bij een looptijd van vijf jaar is dat risico overzichtelijk; bij dertigjarige leningen is het aanzienlijk.

Welke buffer u nodig heeft

Een vuistregel: hoe langer de looptijd, hoe groter de renteopslag moet zijn om onverwachte inflatie te compenseren. Een obligatie die nauwelijks boven de verwachte inflatie uitkomt, biedt geen zinvolle vergoeding voor het debiteurenrisico dat u loopt. Een dubbele cijfermatige marge boven de inflatie geeft ruimte, mits de zekerheden solide zijn.

Onderliggende activiteiten spelen ook mee. Ondernemingen die hun prijzen kunnen indexeren — abonnementen, media, dienstverlening — houden bij inflatie hun aflossingscapaciteit beter op peil dan bedrijven met vaste langjarige contracten.